“Wilbertoords volkslied”

Waar de akkers grenzen aan de heide,
en de zon in ‘t venster blinkt.
Waar de dennenbossen geur verspreiden,
en de lijster en de merel zingt.

Refrein: Ligt een schamel stukje grond ons van waarde,
dat we noemen met een dierbaar woord.
‘T kleine plekje op deez aarde is ons eigen Wilbertoord

Waar een klein volk groot is als geen ander,
waar de lach en de scherts gedijt.
Waar men gaarne mens is met elkander,
waar men met elkander lacht en lijdt.

Waar het vaderen oud geloof blijft leven,
waar de eenvoud het hart bekoort.
Waar een kleine kans ons vreugd kan geven,
waar geen bitter woord de vriendschap stoort.

“Ons eigen Wilbertoord”
In ons Brabant ligt een plekje onbekend en nog zo klein.
Waar wij leven, waar wij streven en waar wij gelukkig zijn.

Refrein: En dat plekje in ‘t Peelland, waar wij leven ongestoord,
waar gezangen vrolijk klinken: is ons eigen Wilbertoord.

Land van akkers, bos en heide, met z’n velden in ‘t verschiet.
Waar moerassen zijn bedwongen en de grond ons voedsel biedt.

Moesten wij deez plek verlaten, valt het zwerven ons ten deel.
Blijft nog steeds ‘n groot verlangen naar dat plekje in de Peel.